Mulabandha & Uddiyana Bandha: wat je moet weten (en waarom het vaak anders werkt dan je denkt)

1 juni 2026

Mulabandha & Uddiyana Bandha: wat je moet weten (en waarom het vaak anders werkt dan je denkt)

Wellicht heb je het regelmatig gehoord, net als ik: gebruik je bandha’s tijdens je asana practice. In Ashtanga zijn de bandha’s zelfs één van de drie belangrijke pijlers (naast ademhaling – Ujjayi – en drishti).

Het klinkt simpel: activeer je bandha’s. Maar zo simpel is het niet. En wat als bandha’s helemaal niet bedoeld zijn om “aan te zetten” in elke houding?

Wat zijn bandha’s eigenlijk?

De betekenis van een bandha is een ‘slot’ of ‘lock’ Dit kan een beetje misleidend zijn omdat het geen harde sloten zijn die je dichtzet. Je kunt het eerder zien als een subtiele samenwerking in je lichaam.

Bandha’s helpen je om:

  • je adem te ondersteunen
  • stabiliteit te creëren
  • en je energie (prana) te sturen

De bekende uitleg 

De Mulabandha is het bekkenbodemslot. Het wordt ook wel ‘root lock’ genoemd. Je activeert de bandha door het bekkenbodem aan te spannen, vergelijkbaar met het gevoel van het ophouden van ontlasting/urine. 

De Uddiyana zit net onder de navel en je kunt deze activeren door je navel naar binnen te trekken. En vaak hoor je: Houd beide bandha’s de hele practice actief.

De nuance: bandha’s horen thuis in pranayama

Wat ik zelf onlangs leerde tijdens een pranayama teacher training gaf hier een interessante nuance aan.

In de traditionele zin worden bandha’s namelijk niet echt “gebruikt” in asana, zoals we dat vaak denken.

De meer klassieke toepassing van bandha’s – vooral van Uddiyana Bandha – komt uit pranayama en meer gevorderde ademhalingstechnieken. Daar worden ze bewust en technisch ingezet, vaak in combinatie met ademretentie (kumbhaka). En dat is iets heel anders dan wat we doen in een asana practice.

Uddiyana Bandha is daarin een krachtige, bewuste techniek en ook vrij complex om correct uit te voeren. Als je deze bandha echt in zijn volledige vorm zou toepassen, zul je waarschijnlijk merken dat je moet hoesten.

Dus… gebruik je bandha’s niet in asana?

Het antwoord is: ja en nee.

Een deel van de verwarring komt waarschijnlijk doordat toen westerse studenten naar India kwamen om yoga te leren, de uitleg soms werd vereenvoudigd door taalbarrières. “Activeer je bandha’s” werd een praktische cue om te voorkomen dat je in je onderrug zou hangen of in je gewrichten zou zakken. En die manier van uitleg is blijven hangen.

Maar dat betekent niet dat we de bandha’s gebruiken als volledige, klassieke techniek en zeker niet geforceerd of als iets wat constant “aan” staat. Wat we wél doen, is werken met een subtiele ondersteuning. Meer een natuurlijke activatie.

Mulabandha & Uddiyana in deze context uitgelegd

Mulabandha vraagt dus niet om hard aanspannen, maar om een subtiele lift.
Voor Uddiyana geldt hetzelfde: niet je buik volledig intrekken, maar een lichte terugtrekking die meebeweegt met je adem.

Op deze manier:

  • voorkom je overbelasting en spanning
  • blijft je adem vrij
  • en wordt je practice lichter en vloeiender

Vaak geldt: hoe harder je probeert, hoe minder het werkt 🙂 

Tot slot

Bandha’s zijn geen trucje dat je ‘even’ uitvoert. En de manier waarop je ze benadert verandert afhankelijk van de context. In meer gevorderde pranayama practices worden bandha’s bewust en technisch toegepast. In asana blijven ze dus subtiel en ondersteunend. De uitnodiging is om te blijven onderzoeken. Om te vertrouwen op je eigen ervaring, boven het idee van een “juiste” uitvoering.